Midden-Limburgse Molukkers geëmotioneerd na excuses premier Jetten
Gemma Ngamelubun uit Maasbracht was zondag bij de onthulling van het Nationaal Monument Ulu Kora aan de Lloydkade in Rotterdam, waar tijdens een herdenkingsbijeenkomst de aankomst werd herdacht van Molukkers nu 75 jaar geleden. Zij was bij de herdenking aanwezig, en hoorde premier Rob Jetten zijn excuses namens Nederland aanbieden voor de manier waarop de Molukkers indertijd behandeld werden door de regering. “Veel mensen waren in tranen, ik ook”, vertelde Gemma Ngamelubun maandag.
Gemma werd in 1956 in Echt geboren uit een Nederlandse moeder en een Molukse vader. Haar ouders waren op 6 februari 1954 getrouwd. Ze hadden elkaar leren kennen in het ziekenhuis in Roermond, toen ze elkaar toevallig ontmoetten. Haar moeder kwam uit Leveroy. Haar vader Alex woonde toen in een barakkenkamp voor oud-KNIL-militairen in Echt. Het echtpaar kreeg zeven kinderen, van wie Gemma de derde was. Gemma werd op 19 juli 1956 geboren.
Schandalig
“Als kind in Echt werd ik uitgescholden voor neger, of negerzoen en zwarte”, vertelt Gemma. ”We zaten met een klein aantal gekleurde kinderen op school. Mijn papa vertelde niet veel over zijn tijd als KNIL-militair. Hij had veel verdriet, dat zag je wel. In 1951 moesten ze weg uit Indië, en eenmaal op de boot kregen ze te horen dat ze per direct ontslagen waren. Dat vonden ze het ergste. Ze hadden voor het koningshuis en de Nederlandse vlag gevochten. Ze kregen een ‘premie’ van 1500 gulden. Een oprotpremie noemden ze dat. Mijn vader heeft die geweigerd. Net als veel anderen. De mensen zijn schandalig behandeld!”

Gaarkeuken
Haar vader kwam in april 1951 in Rotterdam aan. Daarna ging de reis naar Amersfoort, om via kamp Vlissingen in oktober 1951 op Kamp Echt terecht te komen. “De protestanten uit Ambon werden naar het westen en noorden van Nederland gestuurd. Katholieken uit Kai-kecil zoals mijn vader naar het zuiden. In Echt kregen de mensen een bedrag van 2,50 gulden per week en een kolenkit per dag. Daarmee moesten ze de winters in de dunne ijskoude barakken overleven. Bovendien kreeg iedereen eten uit een gaarkeuken. Nederlands eten, iets wat ze helemaal niet kenden en ook niet lekker vonden. Mijn moeder sprak Nederlands, en heeft er later voor gezorgd dat vrouwen ook zelf mochten koken: rijst, vis, kip en groenten. Ook heeft zij de kampbeheerder aangesproken op het achterhouden voor zichzelf van kolen. Zij werd gerespecteerd door de hele Molukse gemeenschap. Zij noemde haar tijd op het kamp Op de Loop in Echt later de mooiste tijd van haar leven. Ze vertelde altijd heel veel geleerd te hebben van de Molukse gemeenschap.”

De mijnen
Haar vader Alex Ngamelubun ging als 30-jarige in 1953 werken als arbeider in pannenfabriek De Valk in Echt. Vanaf september 1954 ging hij in de mijnen werken, eerst bovengronds bij het stikstofbindingsbedrijf in de elektromontage; later vanaf 1957 ondergronds. Maar toen hij dat door stoflongen niet meer kon, ging hij van 1966 tot 1969 weer bovengronds aan de slag. Hoewel hij in 1969 volledig werd afgekeurd wegens longziekten, ging hij bij Kurvers in Brunssum aan de slag om de studiekosten van zijn kinderen te kunnen betalen. Daar bleef hij werken tot 1983, om vervolgens op 60-jarige leeftijd met vervroegd pensioen te gaan: hij kon niet meer.
Korporaal
Voor hij in Nederland kwam werkte haar vader eerst voor de missie in Ohoideertutu, om in 1947 in dienst te gaan bij het Koninklijk Nederlands Indisch Leger, het KNIL. Hij werd na een opleiding ingezet als korporaal bij de tweede politionele actie bij de veldartillerie. In maart 1951 vertrok hij noodgedwongen per schip naar Nederland. Samen met duizenden andere KNIL-militairen en hun families.
Kamp Echt was volgens zijn dochter Gemma een groot kamp met heel veel gezinnen. Daar bleef het gezin tot 1958. Toen kregen ze een woning in Pey, en enkele jaren later een huis aan de Seringenstraat in Echt. “Daar hebben mijn ouders 55 jaar gewoond”, vertelt Gemma. Haar ouders zijn inmiddels overleden. Haar vader stierf in 2003, haar moeder veertien jaar later.
Emotioneel
Zondag bezocht Gemma, zoals vele anderen met Molukse roots, de herdenking in Rotterdam. “De spanning was vooraf om te snijden”, vertelt ze. “Komen er wel of geen excuses. Gaat het echt gebeuren? Toen hij namens Nederland zijn excuses aanbood, ontplofte het applaus. De meesten van ons waren heel emotioneel. Eindelijk!”
“Eindelijk excuus, maar wel veel te laat”, voegt ze daaraan toe. “De mensen zijn hier onder de appelbomen begraven in plaats van onder de palmbomen. Er waren erg veel tranen zondag bij de herdenking, ook bij mij. Heel mooi dat er nog zes mensen van de eerste generatie bij de herdenking waren. Zij leven nog. Dat deed me wat. Om te zien hoe ze het monument mochten inwijden, dat nog mochten meemaken.”
Loze belofte
“Toen de mensen uit Indië weg moesten werd hen beloofd dat ze binnen een half jaar terug zouden keren. Dat was natuurlijk niet waar. Hun kleinkinderen weten vaak niets meer over wat hun grootouders mee hebben gemaakt. Ik hoop dat die historie in de geschiedenisboekjes komt. Daarin staat nu niets daarover. Op school weten ze niks van Molukkers. Het is belangrijk dat ook volgende generaties iets leren over Molukkers en KNIL-militairen. Hoe trots ze waren om te vechten voor de vlag en het koningshuis, hoe hen bij hun vertrek beloofd werd dat ze binnen een half jaar terug zouden keren. En hoe ze vervolgens behandeld werden.”
Erkenning
Tot zover het verhaal van Gemma. Roermond heeft de Molukkers erkend en herdacht middels een gedenkzuil die herinnert aan Kamp Maashaven. Daar woonden van 1951 tot 1965 de families van achttien Molukse KNIL-militairen in barakken, nissenhutten feitelijk. Op de voorkant is een parang salawaku afgebeeld, een zwaard en schild die eeuwen geleden werden gebruikt tijdens veldslagen.
Hoop
Verder kwamen ook veel Molukkers in onder meer Montfort, Lilbosch en Weert terecht. De meesten van hen bleven – mede door de valse beloften van de Nederlandse overheid – vurig hopen op terugkeer naar hun vaderland. Een brandend verlangen, dat de vader van Gemma in toenemende mate vreemd werd. Hij was getrouwd met een Nederlandse, en voelde zich meer dan zijn lotgenoten thuis in Nederland.
Alex werd op 17 november 2001 onderscheiden in de Orde van Oranje Nassau.



