Problemen door overvolle stroomnet worden alleen maar groter
Al zo’n jaar staat een groot nieuwbouwcomplex op de Donderberg in Roermond leeg. Het gebouw, de Donderhof, werd medio vorig jaar keurig opgeleverd, belangstellenden kwamen er onder begeleiding een kijkje nemen. Maar het appartementencomplex bestaande uit dertig zorgstudio’s op de begane grond, en zestien sociale huurwoningen op de tweede en derde verdieping, kon lange tijd niet worden aangesloten op het stroomnet – en staat al vele maanden leeg.
Inmiddels is de aansluiting op het stroomnet rond en kan de aannemer de laatste puntjes op de i zetten. Naar verwachting kan het gebouw binnenkort de eerste bewoners verwelkomen. Maar de Donderhof is een teken aan de wand: het probleem met de stroomaansluitingen wordt alleen maar groter, ook in Midden-Limburg. Dat blijkt uit antwoorden van de provincie op vragen van het CDA.
Grens bereikt
Netbeheerder TenneT en Enexis doen er alles aan om het overvolle stroomnet aan te pakken. Maar de hoeveelheid werk blijft alleen maar toenemen, aldus de provincie. “In Limburg, en ook in de rest van het land, hebben we de maximale capaciteit van het elektriciteitsnet op hoogspanningsniveau (op piekmomenten) reeds bereikt.”
In Maasbracht wordt ingezet op de versterking van het net voor Midden-Limburg middels het uitbreiden van het huidige 150 kilovolt-station naar een 380-kilovolt-station. Maar die uitbreiding kan nog vijf jaar duren, aldus de provincie.
Keuzes maken
Alles draait nu om het maken van keuzes: wie krijgt voorrang? Kleinverbruikers zoals huurders en woningeigenaren kregen tot nog toe evenals mkb’ers voorrang – maar dat verandert per 1 juli drastisch. Dan wordt vooral gekeken naar voorzieningen die cruciaal zijn voor het goed functioneren van de samenleving als geheel (ziekenhuizen) en de nationale veiligheid (politie, brandweer en Defensie).
Wachtlijst
“Waar in de oude situatie capaciteit werd gereserveerd voor kleinverbruikers is in het nieuwe kader hier geen sprake meer van”, aldus Gedeputeerde Staten (GS) van Limburg in antwoorden op vragen van het CDA. “Dat betekent dat kleinverbruikers vanaf 1 juli ook op de wachtlijst worden gezet. Wel krijgen onder andere woningbouwontwikkelingen voorrang op niet-maatschappelijke functies.”
Wat dit betekent voor de ontwikkelingen op de woningmarkt is nog niet duidelijk, aldus GS. In heel Limburg staan momenteel zo’n 2000 klanten op de wachtlijst, goed voor 1670 MegaWatt op het hoogspanningsnet van TenneT.
“Het moet sneller”
Naast Maasbracht worden ook de 150 kV-stations in Graetheide (voor Zuid-Limburg) en Boxmeer (voor Noord-Limburg) uitgebreid. Daarnaast investeert TenneT in 93 projecten en Enexis gaat aan de slag met 33 uitbreidingen van bestaande stations in Limburg, bouwt daarnaast nog eens acht nieuwe. “De aanleg van grote elektriciteitsinfrastructuur-projecten duurt nu gemiddeld 8 tot 12 jaar, van verkenning tot aansluiting.” De provincie vindt dat dit sneller moet. “Het huidige tempo volstaat niet.”
Handrem erop
De provincie probeert zoveel mogelijk aan de knoppen te draaien om het leed te verzachten. Er komen campagnes om de druk op het net tijdens piekuren te verkleinen. Maar ook de netbeheerder heeft maatregelen genomen. Nieuwe netuitbreidingen of aanpassingen aan het net duren minimaal 65 weken. Aansluitingen met een nieuwe kabel worden op de handrem gezet. Daardoor kunnen de toch al schaarse monteurs ingezet worden bij dringender werkzaamheden.
Tekorten
Tekorten aan middelen en aan mensen verergeren het probleem. Mede daarom wil de provincie dat de procedures verkort worden. Limburg pleit bij het Rijk dan ook voor een noodwet voor de aanleg van cruciale infrastructuur en het inkorten van procedures. Het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA in Den Haag kondigt overigens een crisiswet netcongestie aan. Wat deze wet voor Limburg gaat betekenen, is nog niet bekend.
Prioriteiten
Tenslotte is een lijst samengesteld van prioriteiten. Voorrang krijgen projecten die direct ruimte vrij maken op het elektriciteitsnet. Daarna projecten die met veiligheid te maken hebben (ziekenhuizen, noodhulpdiensten, defensie en politie). En pas op de derde plaats woningbouwprojecten en onderwijs.



