Bij de Ursulinen in Roermond noemden ze Noraly Beyer een moorkop
Voormalig nieuwslezer Noraly Beyer keek zaterdag in het NPO-programma Over Leven terug op de jaren waarin ze vanaf 1958 op het internaat van het Ursulinenklooster in Roermond woonde en er een middelbare schoolopleiding volgde. Ze was 12 jaar toen haar moeder haar na de dood van haar vader vanuit Curaçao naar Roermond stuurde. Ze bleef er tot haar 17e, waarna ze terugkeerde naar Curaçao.
Interviewer Coen Verbraak vroeg haar onder meer naar haar ervaringen met racisme en discriminatie in Roermond in de jaren ’50 en ’60 van de vorige eeuw. In vergelijking met wat ze decennia later als nieuwslezer bij het NOS-journaal over zich heen kreeg, viel dat wel mee, bleek uit haar woorden.
Ursulinen
Ze werd op 20 juli 1946 in Willemstad geboren als Noraly Oostvriesland uit Surinaamse ouders. Haar vader stierf op 44-jarige leeftijd, waardoor haar moeder achterbleef met vijf zonen en Noraly als enige dochter. Een jaar nadat haar vader was gestorven stuurde haar moeder Noraly en twee van haar broers naar Nederland. Noraly kwam bij de zusters Ursulinen in Roermond terecht. Zij was er een van de weinige meisjes met kleur.
Racisme
“Het woord racisme kende ik niet”, zei ze tijdens het interview. “Discriminatie kende ik ook niet. Ik weet wel dat mensen het leuk vonden om mij te zien. Zij wilden me graag aanraken. Dat ik mooi haar had, kleuren mij mooi stonden. Ik had geleerd dat als ze me op straat nariepen: ‘Je bent een moorkop’, dat ik dan moest terugroepen: ‘Je bent een keeskop’. Dat ging wat mij betreft lachend. Ik heb me dat nooit aangetrokken.”
Missiekind
“Ze zeiden tegen mij: je bent een missiekind. Dat had ik op Curaçao meegemaakt. Want ik zat daar ook op een nonnenschool. Daar had je zo’n busje om geld in te doen voor de missiekinderen. Dat was een zwart poppetje, dat knikte als je daar een dubbeltje in deed. En dat had ik vaak gedaan. Ik vond het wel leuk als het poppetje dat deed”, zegt ze, met haar hoofd ja-knikkend.
Zielige verhalen
“Toen kwam ik hier en zeiden ze me: je bent een missiekind. Ik dacht: een missiekind? Daar heb ik toch altijd geld voor gegeven. Daarover hoorden we altijd van die zielige verhalen van kinderen die in Afrika niets te eten hebben. Dus geef ze wat te eten. Maar was dat racisme of discriminatie? Ik denk als je het niet weet, als je het niet kent, dan reageer je zo.”
Decembermoorden
Toen Noraly de school af had keerde ze terug naar Curaçao, maar daar kon ze niet aarden. In 1970 ging ze naar het land van haar familie, Suriname, waar ze nieuwslezer werd bij de Staatsomroep. Na de decembermoorden in 1982 vluchtte ze naar Nederland, om na een periode werkzaam te zijn geweest bij de Wereldomroep vanaf 1983 nieuwslezer te worden bij het NOS-journaal.
Aap
Waar in Roermond nog lacherig gedaan werd over scheldwoorden als moorkop, was de discriminatie in haar tijd als nieuwslezer van een heel andere orde. “Man, man, man, wat heb ik toch te horen gekregen”, vertelde ze. “Wat bezielt iemand om een briefkaart met de afbeelding van een aap uit te zoeken, daar een heleboel dingen op te gaan schrijven, er een postzegel op te plakken, naar de brievenbus te lopen, zodat die bij mij kwam. Die mensen hebben een probleem de ander te erkennen en te zien zoals ze zichzelf zien. Omdat die ander een kleur heeft. Dat is ingeworteld vanuit de geschiedenis, door de slavernij, het kolonialisme. Die ander is minderwaardig. Het zit er in gebakken.” Ze kreeg veel van die brieven en postkaarten, hoewel de redactie veel van dat soort poststukken wist te onderscheppen zodat zij die niet onder ogen kreeg.
Joost Prinsen
Op 30 december 2008 was haar laatste presentatie voor het journaal, waarna ze afscheid nam. Ze was getrouwd met acteur, zanger en schrijver Joost Prinsen, die in november vorig jaar overleed. Ze mist hem nog steeds, vertelde ze.



