Regio

Op weg naar hogere status voor Limburgse taal, leren gemeenten van Friese voorbeelden

De provincie Limburg werkt er volop aan om het Limburgs een hogere status te geven. Maar wat hebben de diverse gemeenten op dit vlak al gedaan, en hoe doen ze dat eigenlijk in Friesland met het Fries? Het zijn vragen die woensdag aan bod kwamen tijdens de conferentie ‘Limburgse taal’ in Roermond.

In de praktijk bleek het vooral om een inspiratiesessie te gaan voor lokale bestuurders, politici en ambtenaren.

De weg naar 2030

Enkele tientallen geïnteresseerden waren afgekomen op de conferentie, waarbij presentator Sander Kleikers als dagvoorzitter fungeerde. En meteen als niet-Limburgstalige een verdienstelijke poging deed om dialect te spreken. Na de opening door gedeputeerde Kuntzelaers (PRO) belichtten meerdere sprekers de stand van zaken.

Daarbij is vooral het doel om in 2030 van het Limburgs een zogenaamde ‘status 2-streektaal’ (ook wel Deel II-status genoemd) naar een ‘status 3’ te gaan. Het Fries heeft die hogere status al, maar het Limburgs nog niet. Bij een dergelijke status gaat het om de bescherming die een streektaal of minderheidstaal kan krijgen onder het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden.

Tekst gaat verder onder foto

Foto: Marcel Boreas

Gevolgen Deel III-status

In de praktijk betekent dit dat de overheden zich verplichten tot actieve maatregelen om de taal te ondersteunen in het openbare leven. Er worden dan afspraken gemaakt over het gebruik van de taal in het onderwijs (primair, voortgezet en hoger), bij bestuursorganen, rechtspraak, economische en sociale activiteiten, en media en cultuur.

Een driekoppig team uit Friesland, waaronder een wethouder gaf aan wat dat concreet betekent, en hoe men hier verder op borduurt. Zo wordt er nu gekeken om ook onderschriften bij verkeersborden tweetalig te maken.

In Kerkrade staat men op dat vlak al behoorlijk ver. Zo werd het recente coalitieakkoord vertaald naar het plaatselijke dialect, rijden er gemeentelijke voertuigen rond met dialectopschriften, en wordt er ook gekeken naar cursussen voor ambtenaren die de streektaal niet beheersen.

Bijzondere taalervaring

Een van de sprekers was burgemeester Birgit Op de Laak (PRO) van Nederweert. Zij sprak vanuit haar achtergrond als voorzitter van ’t Hoes veur ’t Limburgs. Op de Laak is afkomstig uit Horst aan de Maas, maar is ook bekend met het dialect van Venlo. “Als ik in Nederweert het dialect van Venlo spreek ‘kalle ze plat mit mich’. Praat ik het dialect van Horst aan de Maas, dan spreken inwoners Nederlands tegen me.

Tekst gaat verder onder foto

Een aandachtig gehoor (Foto: Marcel Boreas)

Wethouders reageren positief

Meerdere wethouders gaven aan de bijeenkomst als inspirerend te beschouwen voor hun eigen beleid. Dat gold onder meer voor de cultuurwethouders van Sittard-Geleen en Valkenburg aan de Geul. Namens de gemeente Echt-Susteren was wethouder Inge Minkenberg (PNES) aanwezig. Gevraagd naar wat zij van deze bijeenkomst meeneemt voor het eigen beleid, gaf ze aan pas een reactie te willen geven na overleg met cultuurwethouder Peter Pustjens (CDA), die zelf niet aanwezig was.

Later op de dag volgt een schriftelijke verklaring van haar: “De Limburgse taal is onze eigen taal en hoort bij ons, van de wieg tot het graf. Als we haar willen behouden, begint dat thuis. Daarom moeten we ook ouders stimuleren om de Limburgse taal met hun kinderen te spreken en door te geven aan de volgende generatie.”

Aan het einde van de bijeenkomst werd de recente publiekscampagne van ’t Hoes veur ’t Limburgs getiteld: ‘Praat Limburgs met me/ Kal Limburgs mich mit’ nog eens onder de aandacht gebracht en kregen de deelnemers een gloednieuwe brochure mee over hoe ze het Limburgs in het gemeentelijk taalbeleid kunnen inzetten.

Foto: Marcel Boreas
Maak VML jouw favoriete nieuwsbron in Google

Wil je geen nieuws uit Midden-Limburg missen? Voeg VML toe als voorkeursbron en zie onze berichten vaker terug in Google.

Maak VML mijn favoriet

Gerelateerde Artikelen