Weert

Tientallen grafheuvels, verspreid over zo’n 33 hectare, maar onbekend in Weert zelf

“Op Bali doen ze dit ook zo.” Stadsgids Harrie Mennen hoort het bijna iedere keer als hij tijdens een rondleiding vertelt over het prehistorische verbrandingsritueel. Wat veel mensen niet weten: ook hier, midden in Weert, werd dat ritueel al duizend jaar voor Christus toegepast.

Vlak buiten het stadscentrum zie je ze liggen: tientallen grafheuvels, verspreid over zo’n 33 hectare. Samen vormen ze het grootste urnenveld van Noordwest-Europa. Zo’n 3000 jaar geleden begroef hier een mysterieuze gemeenschap haar doden. Wie deze mensen waren en waar ze vandaan kwamen, weten we tot op de dag van vandaag niet precies.

Graf herkenbaar

Als je over het landschap van de Boshoverheide kijkt, zie je zo’n duizend grafheuvels uitsteken. De een wat hoger dan de ander. In de met gras bedekte heuvels zijn in totaal ongeveer 3300 urnen bijgezet. Zo’n heuvel was eigenlijk een eenvoudige manier om een graf herkenbaar te maken en het grondwater te ontwijken.

Na het overlijden werd het lichaam in de late bronstijd op een brandstapel gelegd en gecremeerd. De as werd vervolgens na twee dagen verzameld in een urn, die in zogenoemde ongeschonden grond werd begraven. Rond de urn werd een greppel gegraven. De aarde die daarbij vrijkwam, werd bovenop het graf gelegd, waardoor een grafheuvel ontstond. De vele grafheuvels zorgden samen voor een verhoging in de Boshoverheide en vormden zo een soort heuvelrug.

De late bronstijd legde zo de basis voor het cremeren en begraven zoals wij dat nu kennen.

Mysterie

Door de restauratie van de grafheuvels tussen 1985 en 1995 en het onderzoek van de Universiteit van Amsterdam (UvA) wordt nog iets anders tastbaar: de geschiedenis van de voorouders van de Weertenaar. 150 heuvels werden hierdoor heropgebouwd. “Tot op de dag van vandaag weten we namelijk niet wie de mensen waren die hier leefden van 1000 tot 450 jaar voor Christus en hun familieleden begroeven in de Boshoverheide. Maar we weten óók niet waarom ze uiteindelijk weer zijn vertrokken uit Weert.” Waarschijnlijk kwamen ze uit Oost-Europa. Het zou bovendien om een relatief kleine groep zijn gegaan die hier relatief snel weer vertrok, laat Mennen vallen.

Tekst gaat verder onder de foto

Menten (rechts) merkt als stadsgids dat veel Weertenaren de urngraven niet kennen

Verjaging door een ander volk of noodgedwongen vertrek door een tekort aan voedsel zijn denkbare scenario’s. Maar hoe het precies is gegaan, blijft onduidelijk. En zo hangt er al eeuwenlang een mysterie rondom deze bijzondere plek.

Jagen en verzamelen

Het moet in ieder geval een volk zijn geweest dat leefde van jagen en verzamelen volgens de stadsgids. “Ze leefden van alles wat de natuur te bieden had.” Omdat die omgeving niet onuitputbaar was, verplaatsten ze zich. “Ongeveer acht families hebben er voor een bepaalde periode gewoond.”

Eerbetoon

Toch hadden ze één ding gemeen: gedurende een bepaalde periode bewogen ze zich rond het urnenveld, waar ze hun dierbaren begroeven. Als het voedsel op was, verplaatsten ze zich, maar altijd binnen een straal van het urnenveld. “Zo’n heuvel lag in het zicht, en bleef zo in het zicht, ze keken er altijd op uit. Als een blijvende herinnering en eerbetoon aan de doden.” De overledenen speelden namelijk een grote rol in de culturen van die tijd.

Gebruiken en offers

Daarnaast is bekend dat de voorouders werden gecremeerd met hun bezittingen. Wie rijk was, kreeg bijvoorbeeld een paardentuig, zwaarden of een mantelspeld mee. Nabestaanden brachten daarnaast regelmatig offers bij de urngraven. Aan de randen van de graven werden gevulde kommetjes met voedsel neergezet. “Het doet ook denken aan het katholieke geloof. Met Allerzielen gaan wij naar het kerkhof en zetten bij opa en oma een bloemetje op het graf.”

Relatief onbekend

Toch is dit unieke urnenveld nog relatief onbekend. “De meeste Weertenaren aan wie ik erover vertel, weten zelfs helemaal niet dat dit hier ligt”, zegt de stadsgids. Het gebied was lange tijd afgelegen en werd bovendien pas in 1888 ontdekt.

Aan groot publiek brengen

Sindsdien heeft de archeologie niet stilgestaan: dankzij nieuwe technieken en inzichten is de afgelopen jaren veel meer bekend geworden over het urnenveld en het volk dat het aanlegde. Maar ook de natuurlijke omgeving destijds, het biotoop. Onder andere door DNA-onderzoek en koolstofdatering waarbij de leeftijd van een overledene, zelfs bij as, kan worden vastgesteld.

400.000 euro

Om dit alles aan het publiek te brengen, wil de gemeente Weert zo’n 400.000 euro investeren in het profileren van dit archeologisch gebied. De provincie Limburg stelt ruim 200.000 euro beschikbaar voor het project. Daarnaast is via het Europese subsidieprogramma Interreg VI Vlaanderen-Nederland 125.000 euro aangevraagd. Vlaanderen ziet het namelijk als een historisch verlengstuk van het natuurgebied van de Kempen. De gemeente moet zorgen voor de benodigde gemeentelijke cofinanciering.

Suske en Wiske

Zo komt er een informatiecentrum, een speciale route langs de grafheuvels met informatie over de rituelen en een educatieprogramma voor scholen in Weert in de vorm van een Suske en Wiske-strip over het urnenveld. “Op deze manier wordt dit stukje geschiedenis eindelijk tastbaar, zowel visueel als fysiek. Je kunt ter plekke om de grafheuvels lopen, je hoort van alles en ziet van alles. En je krijgt allerlei informatie”, vertelt Mennen enthousiast.

Aftrap

Op 11 september vindt met een rondleiding van de stadsgidsen de officiële aftrap plaats van het informatiecentrum. De speciale editie van Suske en Wiskegemaakt in opdracht van de gemeente Weert, wordt dan ook overhandigd aan de leerlingen die er dan mee aan de slag kunnen in de klas.

Holle heuvels

De appel valt in dit geval niet ver van de boom: het decor van de Boshoverheide spreekt enorm tot de verbeelding en leent zich voor een Suske en Wiske-avontuur. “De Belgen bedachten daarom: Suske en Wiske en de holle heuvelszegt Mennen. En wat die heuvels zo hol maakt? Dat kan de stadsgids nog niet verklappen.

Wel staat vast dat de strip niet alleen voor kinderen is. “Ook volwassen liefhebbers mogen zich er uiteraard aan wagen”, lacht Mennen.

Gerelateerde Artikelen