Je kind vecht om een wereldtitel kickboksen: hoe voelt dat als ouder?
De datum 6 juni staat met rood omcirkeld in de agenda van kickbokser Max Weekers uit Weert. In de avond moet in de Genkse Limburghal elke klap en trap raak zijn. Hij krijgt een nieuwe kans op een felbegeerde wereldtitel. Zijn ouders zitten op de eerste rij, soms met gemengde gevoelens.
Waar een toeschouwer slechts een wedstrijd ziet, zien Mary en Johan Weekers hun zoon daar staan. Voor hen is het geen sportmoment, maar een beslissend hoofdstuk in zijn carrière. Maar hoe ga je er als ouder mee om dat je kind vecht – met alle risico’s van dien – voor een Enfusion-wereldtitel?
‘Het blijft je kind’
“We zijn een vrij nuchter gezin. Altijd geweest. Maar spannend blijft het wel. En soms ook akelig. Je bent bang voor blijvende schade. Ik kan er buikpijn van krijgen. Het blijft toch je kind, hè”, zegt Mary, terwijl ze haar zoon aankijkt.
Max zit ontspannen op de bank. Zijn lippen krullen omhoog als zijn moeder aan het woord is. Want wat als een paal boven water staat: als ouder voel je alles intenser. En dat verandert niet, ook niet nu Max 29 jaar is. Hij blijft hun kind en elke klap of trap komt bij hen binnen.
Elk op hun manier
Johan leunt achterover in zijn fauteuil en ziet het anders. “Bang ben ik niet. Maar ik wil wel dat Max scherp is en goed vecht. Ik zit er helemaal in, kakel overal bovenuit.” Max kijkt naar zijn vader en lacht. “Zijn stem is niet te missen, hoor.”
Mary wijst naar haar smartwatch. “Nog vóór de wedstrijd begint zit mijn hartslag al op 110. En tijdens de partij schreeuw ik de longen uit mijn lijf. Wegkijken? Dat doe ik niet. Maar er is één moment geweest dat ik wilde weglopen, toen hij vocht tegen Zeeuw Thian de Vries. Uiteindelijk deed ik het niet. Ik kon Max niet in de steek laten.”
Stilte voor de storm
In de uren voor een gevecht wordt Max’ wereld kleiner. Alles wat niet direct met de partij te maken heeft, verdwijnt naar de achtergrond. Voor buitenstaanders kan dat afstandelijk lijken, maar voor hem is het pure noodzaak: focus.
De spanning vlak voor een wedstrijd is gecontroleerd. Geen paniek, maar een geladen energie die onder de oppervlakte blijft borrelen. Juist op dat moment krijgt zijn vader zweethanden.
“Dat vind ik het spannendste moment. Ongelooflijk, ik weet niet waarom. Maar zodra zijn T-shirt uitgaat, zie ik iemand die er écht staat. Zijn blik is stoïcijns, bijna genadeloos. Dan denk ik: dit is mijn zoon. En ik ben zijn grootste fan.”
Rauwe kant van de sport
Maar de sport kent ook een harde realiteit. Op dit niveau hoort schade erbij. Fysiek én mentaal. Dat valt niet te romantiseren. Zodra de wedstrijd voorbij is, valt de focus weg. De adrenaline zakt. Emoties komen terug, soms heftig en onverwacht: euforie, leegte, frustratie of opluchting.
Max denkt terug aan 2024, wanneer hij de Braziliaan Rodrigo Mineiro verslaat en voor het eerst wereldkampioen wordt bij kickboksorganisatie Enfusion.
“Ik liep terug naar de kleedkamer en slikte mijn tranen weg. Ik wereldkampioen? Zo zie ik mezelf niet. Ik ben daar te bescheiden voor. Maar ik voelde… niets. Geen blijdschap, geen trots. Heel vreemd. Ik dacht alleen: heb ik hier al die jaren zo hard voor getraind?”
Nasleep en mentale groei
Zijn ouders knikken. Ze herkennen dat moment. “Dat was het punt waarop ik een sportpsycholoog heb ingeschakeld”, vertelt Max. Iets waar hij zich niet voor schaamt. “Ik heb alles eruit gegooid. Echt alles.”
Toch houdt hij vast aan één mantra: doorgaan en niet blijven hangen in teleurstellingen. Johan geeft zijn zoon gelijk. “Daar heb je ook niets aan. Dan kom je niet vooruit.”
Ouder en supporter
Maar waar ligt de grens tussen ouder zijn en supporter zijn? Er valt een korte stilte. “Dat is moeilijk”, zegt Mary eerlijk. “We hebben Max altijd geleerd dat er ook gewoon geld verdiend moet worden. Dat hij zijn eigen boontjes moet doppen. Dus naast de topsport ook werken. Natuurlijk ben ik zijn grootste fan, net als Johan. Maar ik neem ook afstand. Hij is volwassen. De navelstreng is doorgeknipt.”
Johan wijst naar zijn zoon. Zijn blik zegt genoeg: ze hoeven hem niet meer te dragen. Max zijn gespierde lichaam verraadt jaren van discipline en opbouw. “Hij weet precies waar hij mee bezig is”, zegt zijn vader kort.
Klaar voor het gevecht
In de weken richting het gevecht leeft Max strak volgens schema: trainen, eten, rust. In de sportschool, onder leiding van coach Yael Heatubun, wordt hard gewerkt. Zonder praatjes, zonder afleiding.
Op de bank oogt hij rustig, maar zijn lichaam staat op scherp. Alles is gericht op één doel: de wedstrijd tegen Anwar Dira, een tegenstander die hij in 2022 al eens versloeg.
Op 6 juni krijgt hij opnieuw de kans. Max gaat voor de winst. En zijn ouders? Die zijn vooral trots. “Limburg kent twee Max’en”, vertelt Mary met een glimlach. “Max Verstappen en onze Max Weekers.”



